Vroeger was het heel normaal om je reu te laten castreren. Tegenwoordig weten we dat het goed is om er bewust over na te denken en de voor- en nadelen tegen elkaar af te wegen. De meeste dierenartsen zullen je reu niet zomaar castreren.
Het algemene advies is: je reu niet castreren, tenzij …
Er kunnen 2 redenen zijn waarom castratie van de reu overwogen wordt:
1 Medische redenen
2 Gedrag van de reu
1 Medische redenen voor castratie reu
Vanuit medisch oogpunt is er geen reden om een gezonde reu te castreren. Als je hem niet castreert, heeft hij kans op een vergrote prostaat als hij ouder is. Als je hem wel castreert, heeft hij een verhoogde kans op prostaatkanker op latere leeftijd. Het eerste probleem is makkelijk op te lossen door hem dan alsnog te castreren, het laatste probleem is ernstiger. Daarom adviseren de meeste dierenartsen op dit moment: reuen niet castreren, tenzij er echt een reden voor is.
Overzicht medische effecten:
| Voordelen castratie | Nadelen castratie |
| Krijgt zeker geen testikelkanker | Iets grotere kans op prostaatkanker |
| Kleinere kans op (goedaardige) vergroting van prostaat | Hond moet geopereerd worden en een narcose krijgen (zit altijd een risico aan) |
| Onvruchtbaar, geen ongewenste dekking | Vacht van de hond kan veranderen |
| Druppelen in huis (voorhuidontsteking) gaat over | Kans op overgewicht neemt iets toe (de hond heeft minder eten nodig) |
| Hij kan aantrekkelijk ruiken voor andere reuen die op hem gaan rijden. | |
| Als de reu nog niet uitgegroeid is, kan het leiden tot problemen doordat de groei niet op tijd afgeremd wordt (problemen met gewrichten of gewrichtsbanden) |
2 Gedrag van de reu
Het gedrag van de reu is meestal de reden dat een castratie overwogen wordt. Vooral het gedrag van reuen in de puberteit wordt als lastig ervaren.
Pubers
Het is goed om je te realiseren dat dit pubergedrag is. De hoeveelheid hormonen in het lijf is tijdens de puberteit veel hoger dan wanneer de reu volwassen is. Het is dus tijdelijk, het gaat over. Je moet je reu in deze periode wel goed begeleiden om te voorkomen dat het vervelende gedrag een gewoonte wordt.
Het probleem bij gedrag is dat er vaak meerdere factoren invloed hebben. Het kan hormonaal zijn, maar het kan ook aangeleerd gedrag zijn, voortkomen uit stress of een heel andere reden hebben. Dat maakt het moeilijk om vooraf te weten of castratie helpt om probleemgedrag op te lossen.
Een bekend voorbeeld hiervan is rijden op andere honden of op mensen. De oorzaak van het rijden is stress, er gebeurt iets dat de hond als spannend ervaart. Bijvoorbeeld omdat hij onzeker is naar andere mensen / honden of omdat er veel drukte en opwinding is. De ene hond gaat rijden, de andere hond kiest een andere manier om hier uiting aan te geven (blaffen, hard rondjes rennen en noem maar op). Castreren kan er voor zorgen dat hij een andere manier van uiten kiest, maar je hebt het echte probleem niet opgelost. Sterker nog, dat probleem kan erger worden.
Onzekere honden
Het nadeel van castreren bij reuen is dat testosteron invloed heeft op hoe goed reuen met bepaalde situaties om kunnen gaan en dat door de castratie onzeker gedrag kan toenemen. Het testosteron geeft onzekere reuen de moed om toch voorwaarts te gaan, te blijven ontdekken en voor zichzelf op te komen.
Aangeleerd gedrag
Het is ook goed te realiseren dat aangeleerd gedrag al snel als factor meespeelt. Dat betekent dat de reu het gedrag langere tijd heeft vertoond en het daarmee ook een gewoonte is geworden. Naast castratie is dan ook een gedragstraining nodig. De vraag die je dan moet stellen, is of je met gedragstraining alleen ook al een heel eind kunt komen om het gedrag te verbeteren.
Castratie kan helpen voor de volgende gedragsproblemen:
| Probleem | Extra toelichting |
| Rijgedrag op andere honden of mensen | Bij castratie wordt bij een groot gedeelte van de honden dit gedrag minder. Helemaal verdwijnen doet het maar bij een kwart. Het is goed om te weten dat rijgedrag vaak een uiting van stress is. Dan is het beter om te werken aan datgene dat de stress veroorzaakt. |
| Weglopen op zoek naar teven, piepen en niet eten als er teven in de buurt loops zijn | Dit neemt bij een groot deel van de honden af. Met weglopers blijft het wel opletten: ze kunnen intussen geleerd hebben dat het een leuke bezigheid is. |
| Markeren, overal tegenaan plassen | Ongeveer de helft van de honden gaat minder markeren. Als het vaak plassen veroorzaakt wordt door stress (onzekerheid) dan heeft castratie geen effect. |

Problemen waarbij castratie niet of soms wel / som niet werkt:
| Probleem | Extra toelichting |
| Agressie naar andere reuen | De wetenschap is er nog niet helemaal uit of het nu wel of niet helpt. In ieder geval moet je het combineren met gedragstherapie omdat er ook sprake is van leerervaringen (je hond doet het omdat hij denkt dat het helpt). |
| Andere soorten agressie | Voor andere soorten van agressie helpt castratie niet. Denk dan aan verdedigen van territorium, agressie naar mensen, agressie naar honden in zijn algemeen. In het ergste geval wordt dit gedrag zelfs erger. Onzekere, bange honden kunnen na een castratie nog onzekerder worden en dan wordt het gedrag erger. |
| Andere gedragsproblemen | Castratie helpt alleen voor gedragingen die door hormonen gedreven worden. Als er andere motivaties zijn voor het probleemgedrag, dan helpt castratie niet. In het ergste geval wordt het gedrag zelfs erger. Onzekere, bange honden kunnen na een castratie nog onzekerder worden en als dat de reden was voor het gedrag, dan wordt het gedrag erger.Het is beter om de oorzaak te achterhalen en daar aan te werken met gedragstherapie. |
Tijdelijke castratie met implantaat
Bij reuen is chemische castratie mogelijk. De reu krijgt een implantaat die ongeveer 6 maanden lang een stofje afscheidt, dat de aanmaak van testosteron stopt. Het heeft hetzelfde effect als een fysieke castratie, maar is dus tijdelijk. Als de implantaat is uitgewerkt, wordt de aanmaak van testosteron weer opgestart.
Voordelen hiervan zijn:
- Zowel medisch als qua gedrag is de periode van de implantaat goed vergelijkbaar met een echte castratie. Het is dus een manier om te zien of het probleemgedrag inderdaad door hormonen wordt veroorzaakt (en dus tijdens de chemische castratie minder wordt) of dat er andere oorzaken zijn.
- Het is minder ingrijpend omdat er geen operatie nodig is. De implantaat wordt met een spuit ingebracht (het is wel een flinke naald). Zeker voor jonge, gevoelige of onzekere honden kan dit een verschil maken.
Nadelen:
- Het ongewenste gedrag kan in eerste instantie erger worden, voordat het afneemt! Zeker bij problemen met agressie moet je de eerste 3-6 weken na het zetten van de implantaat extra oppassen.
Tot slot nog een paar overwegingen:
- Een reu heeft voor zijn ontwikkeling naar sociale volwassenheid de invloed van hormonen nodig.
- Als je honden vroeg castreert verstoort het de groei. Hormonen hebben effect op het sluiten van de groeischijven. Als je de hormonen weghaalt, heeft dan een nadelig effect. Bij reuen geldt daarom hoe later hoe beter.
- Het duurt wel even voordat je effect van de castratie ziet, het kan minimaal een maand duren voor gedrag verandert en ook voor vruchtbaarheid moet je een aantal maanden nog voorzichtig zijn.
Ook qua gedrag is dus verstandig: Niet castreren, tenzij…
Wacht zo lang mogelijk, begeleid je hond goed in zijn gedrag, zodat hij zich ontwikkelt tot een leuke volwassen reu. Als het toch moet: eerst chemisch castreren!



